Vind je hieronder niet het antwoord op jouw vragen ?
‘Biodegradeerbaar’ en het synoniem ‘bioafbreekbaar’ wijst op de potentie van afbraak door levende organismen. Belangrijk hierbij is dat de term ‘biodegradeerbaar’ niet op zichzelf staand wordt gebruikt, maar onmiddellijk wordt verbonden met de context (omgeving, parameters…) waarin de afbraak kan plaatsvinden. Immers, een andere omgeving met andere parameters kan een totaal ander afbraakproces initiëren, waardoor de potentie van afbraak anders wordt benut, bv. sterk vertraagt, of helemaal niet tot uiting komt. Een goed voorbeeld is het verschil tussen industriële compostering en thuiscompostering. Hoewel voor beide de term ‘compostering’ wordt gebruikt, gaat het om verschillende omgevingen en parameters, waardoor het afbraakproces anders verloopt en de resultaten verschillen.
‘Biodegradeerbaar’ of ‘bioafbreekbaar’ is een ‘end-of-life’-aspect van een materiaal. Het heeft geen enkel verband met ‘biogebaseerd’ of ‘hernieuwbaar’, wat op de oorsprong van een materiaal wijst.
‘Biogebaseerd’ betekent letterlijk ‘gebaseerd op het leven’. Hiermee wordt aangeduid dat een materiaal afkomstig is van levende planten, in tegenstelling tot materialen van fossiele oorsprong. Omdat deze levende planten telkens opnieuw kunnen worden geteeld en geoogst, wordt soms ook de term ‘hernieuwbaar’ als synoniem gebruikt. De mate van hernieuwbaarheid kan worden aangetoond volgens de norm EN16620, waarbij bepaald wordt hoeveel de koolstofisotoop C14 in het materiaal aanwezig is in verhouding tot de totale koolstofinhoud. C14 wijst op ‘recente’ koolstof, van levende planten m.a.w.
‘Biogebaseerd’ of ‘hernieuwbaar’ wijst de oorsprong van een materiaal aan. Ze hebben geen enkel verband met ‘biodegradeerbaar’ of ‘bioafbreekbaar’, wat op de ‘end-of-life’ van een materiaal wijst.
‘Composteerbaar’ wijst op de potentie van afbraak door levende organisme, in de context van een composteringsproces. De geharmoniseerde Europese norm EN13432 beschrijft de vereisten waaraan een product moet voldoen om het ‘composteerbaar’ (in een industriële compostering) te mogen noemen.
Hoewel voor beide de term ‘compostering’ wordt gebruikt, gaat het bij industriële compostering vs. thuiscompostering om verschillende omgevingen en parameters, waardoor het afbraakproces anders verloopt en de resultaten verschillen. Voor thuiscompostering bestaat (voorlopig) nog geen Europese norm.
Composteren is het natuurlijke, relatief traag verlopende proces waarbij organisch-biologisch afval (zoals groenten-, fruit- en tuinafval, voedselafval, reststromen uit de land- en tuinbouw en de voedingsindustrie, snoeihout en vergelijkbare materialen) door micro-organismen (zoals gisten, schimmels, bacteriën en kleine insecten) wordt afgebroken en omgezet in een humusrijke substantie, die we 'compost' noemen. Compostering is een manier om uit afval een waardevolle bodemverbeteraar te produceren, die de bodemstructuur verbetert, water vasthoudt en voedingsstoffen vrijgeeft aan planten. .
Voor het goede verloop van het composteringsproces zijn onder andere belangrijk: de samenstelling van het organisch-biologisch afval, de temperatuur, de vochtigheid en de aanwezigheid van zuurstof (aeroob proces).
Het composteren van organisch-biologisch afval is een vorm van (organische) recycling : het vermindert de hoeveelheid afval die in de verbrandingsovens of op stortplaatsen terechtkomt. Het is een duurzame manier om circulair met afval om te gaan en waardevolle grondstoffen te hergebruiken.
Vergisten is een proces waarbij bacteriën (andere dan bij composteren) organisch-biologisch afval in een zuurstofloze omgeving afbreken, wat resulteert in biogas en digestaat. Biogas, voornamelijk methaan (CH4) en koolstofdioxide (CO2), kan worden gebruikt voor energieopwekking. Digestaat is biochemisch actief en bevat belangrijke voedingsstoffen zoals stikstof, fosfor en kalium. Het kan worden gebruikt als duurzame meststof ter vervanging van kunstmest, waardoor de afhankelijkheid van chemische meststoffen wordt verminderd.
Echter, digestaat heeft een hoog ammoniumgehalte, wat kan leiden tot verlies van ammoniak (NH3) naar de lucht. Soms heeft digestaat een hoog zoutgehalte, wat nadelig kan zijn voor het bodemleven en de gewassen. Digestaat kan een onbalans in mineralen veroorzaken, wat de bodemvruchtbaarheid kan beïnvloeden. En de stikstof in digestaat kan onbedoeld uitspoelen, vnl. in het najaar.
Het composteren van digestaat is een manier om de organische stof in het digestaat verder te mineraliseren en te stabiliseren, wat resulteert in een product met een verbeterde structuur en betere voedingseigenschappen voor de bodem.
Greenwashing, het ongefundeerd claimen van ecologisch voordeel, ondermijnt het vertrouwen van burger en overheid. Certificatie biedt hier een antwoord.
De certificerende instelling moet, om te beginnen, geaccrediteerd worden door de overheid. Dergelijke accreditatie wordt pas verleend nadat is aangetoond dat het certificeringsprogramma en de werkwijze tot betrouwbare uitkomsten wat betreft conformiteit met relevante internationale normen leiden.
Vervolgens zal de certificatie-instelling alle nuttige onderzoeken en nodige proeven (laten) verrichten, die in het certificeringsprogramma zijn opgenomen. De resultaten van deze onderzoeken en proeven vormen samen het certificatiedossier en worden gevalideerd door een wetenschappelijk comité, dat uiteindelijk beslist om het certificaat (al dan niet) toe te kennen.
Een certificaat verleent de toelating om het beeldmerk van de certificatie-instelling te tonen op de gecertificeerde producten. De certificatie-instelling heeft alle intellectuele rechten op dit beeldmerk en dwingt af dat het gebruik ervan enkel kan mits certificatie.
Na de toekenning van het certificaat onderzoekt de certificatie-instelling stelselmatig steekproeven van op de markt gebrachte producten op conformiteit met het certificaat.
Op die manier wordt de correctheid van de claims van producenten en distributeurs op een objectieve manier onderbouwd.